Kwaliteit kunnen bieden vraagt om de juiste condities

28-09-2018 - Amsterdam

Met een werksessie in Zaandam op woensdag 27 september hebben de infrabouwers van Noord-Holland en Utrecht een eerste stap gezet richting een gezamenlijke visie op hoe, samen met opdrachtgevers, met contractvorming om te gaan. De bedoeling is om begin 2019 een document te hebben dat weergeeft wat ze als collectief verwachten van de opdrachtgevers als het gaat om aanbestedingen, contracten en alles wat daar mee te maken heeft, en wat zij zelf kunnen bieden.

In de werksessie van woensdagavond werd in vier groepen gesproken over zaken als uitnodigingsbeleid, contractvormen, toepassing EMVI, uniformiteit opdrachtgever en passed performance. Het doel was om te achterhalen wat onder al die verschillende infrabedrijven in de regio Randstad Noord de gemeenschappelijkheid is ten aanzien van wat wordt verwacht van opdrachtgevers en wat je als bedrijf zelf kunt bieden.

Willekeurige invulling van EMVI

De noodzaak voor een gezamenlijk optrekken wordt het best geïllustreerd door de weinig uniforme manier waarop overheden omgaan met EMVI. De Economisch Meest Voordelige Inschrijving is in het leven geroepen om naast prijs ook vooral zaken als innovatiekracht, omgevingsmanagement, duurzaamheid en circulariteit zwaar te laten meewegen in het selectieproces. Veel bedrijven merken echter dat diverse overheden hier niet allemaal op dezelfde manier mee omgaan. Niet zelden wordt er toch gewoon op basis van laagste prijs geselecteerd.
In de werksessie werd ondermeer gesproken over hoe de infrabouwers zouden willen dat opdrachtgevers eigenlijk met EMVI zouden moeten omgaan. Alleen toepassen bij complexere projecten en vooral ook handhaven en controleren op de EMVI was een veelgehoorde mening.

Van brainstorm tot tastbaar product

De input van de sessie wordt de komende weken verzameld en samen met de infrabouwers uit de regio gevoegd tot een handzaam document dat alle infraleden in de regio krijgen toegestuurd. Na reacties volgt finetuning en nog een klankbordronde. Uiteindelijk moet dat leiden tot en handzame bureau-flipover waarin de gemeenschappelijke lijn van de Infrabedrijven helder staat omschreven. Een product waarin bijvoorbeeld provincies, Rijkswaterstaat, gemeenten, waterschappen, ProRail enz. kunnen zien wat de infrabouwers van hun opdrachtgevers vragen, onder welke condities ze goed werk kunnen leveren en wat ze onder die condities als opdrachtnemer kunnen bieden.
Niet dat je opdrachtgevers tot een gewenste houding kunt dwingen maar hoe collectiever en structureler ze met deze wensen worden benaderd, des te groter de kans dat het wordt overgenomen, is de gedachte.

Lees meer Bekijk andere publicaties