Wet herziening gerechtelijke kaart: doelen tot dusver beperkt gerealiseerd

18-12-2017 - Nieuwspoort

Wet herziening gerechtelijke kaart: doelen tot dusver beperkt gerealiseerd
Persbericht Commissie Evaluatie Wet herziening gerechtelijke kaart

18 december 2017

Wet herziening gerechtelijke kaart: doelen tot dusver beperkt gerealiseerd

De Commissie Evaluatie Wet herziening gerechtelijke kaart heeft vanmorgen haar rapport aangeboden aan de Minister voor Rechtsbescherming (Sander Dekker). Daarmee rondde de commissie haar tweejarige onderzoek af. Het rapport werd door commissievoorzitter prof. mr. dr. Henk Kummeling aangeboden.

De commissie werd januari 2016 ingesteld door het toenmalige kabinet, om de Wet herziening gerechtelijke kaart (Wet HGK) en de Wet splitsing arrondissement Oost-Nederland in de arrondissementen Gelderland en Overijssel (Splitsingswet) te evalueren. Als gevolg van deze wetten werd in 2013 (onder andere) het aantal gerechten en parketten teruggebracht: de rechtbanken van negentien naar elf, de arrondissementsparketten van negentien naar tien, de gerechtshoven van vijf naar vier en de ressortsparketten van vijf naar één.

De Wet HGK beoogt randvoorwaarden te creëren, om de kwaliteit van de rechtspraak voor de toekomst te waarborgen. Meer in het bijzonder door bij te dragen aan:

  1. de kwaliteit van het primaire proces (specialistische kennis en deskundigheid)
  2. de kwaliteit van het bestuur
  3. de kwaliteit van de bedrijfsvoering
  4. de samenwerking in de strafrechtketen

De opdracht van de commissie was om onderzoek te doen naar de wijze waarop de wet is ingevoerd, wat de effecten zijn in de praktijk en of de doelen zijn behaald.

Veel mensen werkzaam in de rechtspraak of het openbaar ministerie hebben de Wet HGK ervaren als een bezuinigingsmaatregel en bedrijfsvoeringsoperatie. De werkelijke doelen van de Wet HGK zijn bij deze mensen onvoldoende over het voetlicht gekomen. Dit heeft het behalen van de doelen tot dusver vermoedelijk bemoeilijkt.

Wat het bevorderen van specialistische kennis en deskundigheid betreft, constateert de commissie dat voorzichtige eerste stappen zijn gezet. Schaalvergroting heeft op een aantal rechtsgebieden (waaronder het bestuursrecht) ertoe geleid dat nu meer mogelijkheden zijn voor het verder kunnen ontwikkelen van specialistische kennis en deskundigheid. In deze rechtsgebieden ervaren mensen ook een voorzichtig positieve verandering, als het gaat om de kwetsbaarheid van het team. Bijvoorbeeld bij uitval van collega’s door ziekte en verlof.

Het kabinet veronderstelt dat de toegankelijkheid in het nieuwe stelsel gewaarborgd is. De commissie constateert echter dat gerechtsbesturen, Raad voor de rechtspraak en het Ministerie van Justitie en Veiligheid de signalen over de toegankelijkheid onvoldoende met elkaar delen. Zo is het onder andere niet duidelijk wat gebeurt met berichten over mogelijke hogere verstekpercentages, in gebieden waar kantonlocaties zijn opgeheven.

Op het gebied van de kwaliteit van het bestuur (verbetering van de bestuurlijke slagkracht) zijn ervaringen van de betrokkenen en onderzoeksbevindingen van de commissie te wisselend, om een eenduidige conclusie te trekken. In het proces van het behalen van dit doel zijn grote tempoverschillen, niet alleen tussen fusiegerechten en niet-fusiegerechten, maar ook tussen de fusiegerechten onderling.

Ten aanzien van de kwaliteit van de bedrijfsvoering constateert de commissie dat bij gerechten en parketten een professionaliseringsslag heeft plaatsgevonden. Door het groter worden van afdelingen of teams, zijn meer mogelijkheden ontstaan voor specialisatie voor mensen werkzaam binnen de bedrijfsvoering. Ook is de continuïteit van het werk beter geborgd.

Verder constateert de commissie dat, over het geheel genomen, weinig grote veranderingen worden waargenomen in de samenwerking binnen de strafrechtketen. Met betrekking tot de discongruentie in Oost-Nederland, tussen de rechtspraak en het openbaar ministerie, zijn knelpunten gehoord die ook in andere arrondissementen spelen. De knelpunten in Oost-Nederland lijken echter complexer en indringender te zijn.

De commissie concludeert hiermee dat de doelen van de Wet HGK tot dusver beperkt zijn gerealiseerd. De impact van de Wet HGK op de mensen werkzaam in de rechtspraak en het openbaar ministerie is groot, vooral waar gefuseerd moest worden. Daarom is meer tijd en inspanning nodig om de doelen van de wet te realiseren. De ruimte voor verbetering zit voornamelijk in de wijze waarop de aan de wet gerelateerde taken en bevoegdheden, in de bestuurlijke en operationele samenwerking, worden uitgeoefend.

De commissie benoemt een aantal onderwerpen die naar haar oordeel nadrukkelijk aandacht behoeven. Dit zijn de bestuurlijke en operationele samenwerking, de landelijke overleggen, het middenmanagement, het locatiebeleid en de regie in de strafrechtketen. In het verlengde van deze vraagstukken formuleert de commissie een aantal aanbevelingen, gericht op het verwezenlijken van de randvoorwaardelijke en dienende functie van de Wet HGK.

Bekijk andere publicaties